Concepting for life and business

Vrijdagochtend om acht uur stond ik bij de slager in Goes. Voornamelijk om een belofte in te lossen bij Lucien Burm in Amsterdam. Al een aantal keren hebben wij het namelijk gehad over “Zeeuws spek”. Iets waar hij erg van houdt en waar ik als Zeeuw natuurlijk eenvoudig aan kan komen. Tenminste, dat dacht ik. Maar niets blijkt minder waar. “Zeeuws spek” blijkt namelijk helemaal niet te bestaan. Mijn opgetrokken wenkbrauwen waren het teken voor de slager om van wal te steken. Om te vertellen over oude Zeeuwse boeren en Groninger collega’s. Of West-Friese zo gewild. Over de eigen smaak van elke slager en de eenvoud van het recept die het zo makkelijk maakt voor een slager om zijn eigen versie naar zijn eigen smaak te maken. Daarna ging het al snel verder over mijn activiteiten en over contant geld, pinpassen en andere zaken. Leuk, gemoedelijk en heel vriendelijk.

Deze slager nam de tijd voor mij. Iets dat veel bedrijven missen. Zo was ook zijn eigen aanklacht in de richting van zijn bank. Hij had ook efficiënter te werk kunnen gaan. Mij snel een stuk van zijn versie van het spek toestoppen naar aanleiding van mijn vraag en dan terug naar zijn eigen producten. Sneller en makkelijker. Maar niet effectiever. Want had hij dat gedaan, dan zou ik er waarschijnlijk nooit meer komen. Nu ligt dat anders. Ik ben nooit eerder bij die slager geweest, maar de volgende keer dat ik wat speciaals nodig heb, zal ik zeker bij hem langsgaan. Want voor mij is hij het toonbeeld van wat een slager moet zijn. Iemand met passie voor zijn product en de wens om mij te helpen aan dat waar ik eigenlijk naar op zoek ben. Een instelling die elke onderneming zich eigen zou moeten maken.

Vorige week werd in de Jaarbeurs de Motorbeurs gehouden. Een leuk evenement waar standhouders alles dat te maken heeft met motoren aan de man proberen te brengen. Tenminste, dat zou je denken. De werkelijkheid blijkt echter anders. Dat ligt niet aan de producten. Nee, motoren en aanverwante producten zijn er genoeg te vinden. Dat zit hem eigenlijk volledig in het “aan de man brengen”. En natuurlijk horen de vrouwen er in dit spreekwoord ook volledig bij.
De beurs in Utrecht was voor mij als bezoeker een aardige beurs. Er waren veel motoren, zowel nieuw als tweedehands en ook aan accessoires ontbrak het niet. Het enige dat ontbrak waren mensen die je te woord stonden. Mijn eerste gedachte was dat het misschien aan een soort uiterlijk kenmerk lag. Iets dat mensen met een A rijbewijs onderscheid van mensen zonder. Na jaren roepen heb ik immers nog steeds mijn A’tje niet. Maar de twee echte motorrijders waarmee ik op pad was hadden hetzelfde probleem. Geen van drieën zijn wij door standbemanning ergens spontaan aangesproken. Pas als een van ons initieerde, konden we het gesprek aangaan. Dat is iets dat je een kleine handelaar in schademotoren niet kwalijk neemt, maar als het gaat om merken als Kawasaki, Yamaha, Ducati en dergelijke, dan verwacht je toch wat anders. Prachtig voorbeeld hiervan was Honda dat een prachtige stand had ingericht met een apart gedeelte met witleren banken op een afgesloten plateau. Waarschijnlijk om de deal te kunnen sluiten. Wat een ontnuchtering is het dan als je, kijkend naar de nieuwe VFR1200 alleen aangesproken wordt door leden van de VFR club die zich aan de machine staan te verlekkeren.
Door het jaar heen bezoek ik veel beurzen over verschillende onderwerpen en met verschillende doelgroepen. En een beurs doe ja als bedrijf niet zomaar. Je steekt tijd in de voorbereiding en je steekt geld in je stand, je personeel en in alles wat bij een beurs hoort. Dan is het verbazend om te zien hoeveel verkopers er daadwerkelijk op de beurs staan. Ik heb maar een echte verkoper ontmoet. En dat was geen verkoper. Hij was een Vlaming en schrijft voor het blad www.MotorRijder.be. Maar als enige kwam hij van zijn stand af, sprak ons aan en maakte een ontspannen praatje met ons. Chapeau. De enige andere die ik dat heb zien doen, maar niet bij mij persoonlijk, waren de dames die Motor (ook een blad) had ingehuurd. Verder bleef het beperkt tot dames die flyers in je handen drukten.
Hoewel ik heerlijk naar motoren heb kunnen kijken en er vast wel wat motoren verkocht zijn, verbaas ik me over het potentieel dat de motorbranche heeft laten liggen. Om aandacht te trekken deden een dame en een heer bij de KNMV een dansje. Een dansje? Ken uw doelgroep. De kring om het dansje was dan ook groot. Alsof iedereen bang was dat het besmettelijk was. Ja, mensen komen zelf naar een beurs en betalen zelfs toegang. Ze zullen dus best een doel hebben met hun bezoek. Maar dat betekent niet dart je als verkoper kunt wachten tot ze langskomen. Voor jou namelijk ook tien anderen. Spreek je klant aan, bepaal het doel waarmee hij of zij er is en help ze dat doel te bereiken. Ongeacht of dat op jouw stand ligt. Dat zorgt voor contact, dat zorgt voor betrokkenheid. En dat zorgt uiteindelijk voor omzet.

Gisterenavond zijn Linda en ik uit eten geweest. We hadden eigenlijk geen idee waar we naartoe wilden, maar na een spelletje wok-of-munt besloten we een wokrestaurant in Vlissingen te bezoeken. Tot dusver geen bijzonderheden.

Een wokrestaurant is een restaurant waar je zelf je rauwe ingredienten kiest, daar een saus bij kiest en dat dan heet naar je tafel draagt. Een hoog doe-het-zelf gehalte dus. Opvallend genoeg blijkt dat bij veel wokrestaurants ook het geval te zijn voor de service. Ik heb nu een aantal van dit soort restaurants bezocht en de aanpak lijkt universeel te zijn. Je komt binnen, krijgt een tafel gewezen en er wordt gevraagd wat je wilt drinken. En dat was het. Ik heb tot nu toe nog geen restaurant bezocht waarbij ook iets over het concept werd uitgelegd. Sterker nog, als je om een hoek binnenkomt, leggen de meesten niet eens uit waar het buffet is en kijk je dus waar de anderen naartoe gaan in de hoop niet op het toilet te stranden.

Natuurlijk ben ik elke keer voldaan naar buiten gekomen, maar het is opvallend dat de klant effectief zijn eigen weg mag gaan zoeken. Ik weet niet of het te maken heeft met het feit dat het geld binnen is zodra je op je stoel bent gaan zitten. Het lijkt er in ieder geval wel op. En dat terwijl het een hele kleine stap is om te vragen of je bekend bent met het restaurant of het concept van wokken. Met een vriendelijke lach erbij tilt het de service naar een haast ongekend niveau.

Als bedrijf kun je er niet vanuit gaan dat de klant exact weet wat hij wil hebben en waar hij het moet hebben. Je toegevoegde waarde zit in de mogelijkheid die je biedt om jouw producten exact aan te laten sluiten op het doel dat de klant heeft. Dat doel is vaak niet zijn vraag en ook niet wat gezocht werd, maar wel datgene waar de klant gelukkig van wordt. Richt je op het doel van de klant en je klant wordt een goede relatie. En van relaties wordt je groot.

Ja, het is winter in Nederland. Het sneeuwt en het vriest. Het eerste enthousiasme over Neerlands witte kleed gaat bij velen al snel verloren in de frustraties van het dagelijkse reizen. Glijpartijen op straten en stoepen door fietsers en wandelaren zorgen voor overuren bij de eerste hulp. Verhalen over tochten van 30 kilometer in de regio Amsterdam die in de auto 7 uur duren, laten zien dat Nederland vergeten is hoe het is om om te gaan met andere weersomstandigheden.

Bij de Nederlandse Spoorwegen is het al niet anders. Materieel valt uit, slijt bovenmatig en gladde rails en bevroren wissels zorgen voor landelijke overlast. Bij de reiziger heerst onbegrip. Waarom is het niet mogelijk om dit weer in te calculeren? Waarom heeft ProRail de verwarming van de wissels uitgeschakeld? Maar vooral, waarom sta ik elke dag te kleumen op een koud en tochtig perron waar de temperatuur gevoelsmatig nog 10 graden lager ligt dan op de Noordpool. Frustratie en verongelijktheid maken zich meester van een ieder die met enige regelmaat gebruik maakt van de trein.

Maar de NS luistert en hoort de klacht van haar reizigers. Waarschijnlijk aangespoord door de berichtgeving in de landelijke media besluit de NS een gebaar te maken. Alle reizigers mogen gebruik maken van een zogeheten zoutkaartje. Een kaartje dat 40% korting biedt aan reizigers die na 9 uur gebruik maken van de trein. En het effect blijft niet uit. Maar het is niet het effect dat de NS beoogd had. Het effect is dat duizenden morrende reizigers nog sterker morrende reizigers worden. Want duizenden reizigers maken dagelijks gebruik van de trein om naar hun werk te komen. Of hebben de NS betaald voor een voordeelurenkaart, waardoor ze elke dag in aanmerking komen voor een zoutkaartje. Zelfs in augustus.

Met haar gebaar maakt de NS zich schuldig aan een concept dat zich over de jaren door sales en marketingland heeft verspreid. Het motto “There is no business like new business”. Hoewel uit allerlei onderzoeken is gebleken dat een nieuwe klant minder oplevert dan een bestaande klant, wordt dit principe door veel bedrijven ontkent. Bij veel mobiele aanbieders kom je niet in aanmerking voor extra korting, tenzij je een nieuwe klant bent. Bij abonnementen op allerlei zaken geldt overigens hetzelfde. De nieuwe abonnee krijgt kortingen, maar een verlenging levert niets op. De NS speelt eigenlijk hetzelfde spel. De klant die geen vaste relatie is van de NS krijgt de mogelijkheid om met korting te reizen. De vaste klant schiet er bij in, omdat toch al betaald is of de korting niet uitstijgt boven het ingekochte voordeel. Het lijkt haast dat de redenatie is dat de vaste klanten toch klant blijven ondanks het ongemak, dus compensatie zorgt niet dat zij meer aan de NS uit zullen geven.

Deze redenatie geeft goed aan hoe veel bedrijven op dit moment werken. Er wordt een rekensom gemaakt op basis van winstmaximalisatie en daarop wordt gestuurd. Het geschatte percentage vaste klanten dat de aanbieder verliest door slecht relatiebeheer wordt afgezet tegen de instroom van nieuwe klanten door kortingen. Als dit een positief resultaat oplevert, dan wordt de bestaande klant gedumpt ten faveure van de nieuwkomers. Het enige probleem van deze redenatie is dat het een koude berekening is, die geen rekening houdt met de effecten van een goed relatiebeheer. Want op het moment dat de organisatie uitgaat van de doelen van de klant, zal de relatie met de klant heel anders worden. Het resultaat daarvan is dat er meer producten en diensten worden afgenomen en dat er meer begrip is voor de problemen die zich bij de levering van producten kan voordoen. Daarnaast zullen de producten ook vaker aan anderen worden aangeraden. Het is een ouderwets principe, maar een dat in de toekomst steeds belangrijker zal worden voor bedrijven die vooruit willen.

Hou van uw groei, hou van uw klant. Want er is no better business than a friends’ business.

Sometimes, helping your customers means not selling them anything. Last week I came across a great example of that when I was in Dieppe, France. I had deliberately not brought any other electronics than my iPhone to make sure I would not do any work. And that is when you know you will run into another problem. My problem turned out to be the memory cards of our digital camera. When we drove into Dieppe on our first Saturday to enjoy the festivities around La Solitaire du Figaro, we noticed that we forgot to empty our Xd memory cards. As our camera is almost five years old, it is regarded an ancient relic of the days when 5 megapixel pictures were great.

Stretching my French, I went around a mall to find a number of shops who were very willing to sell me a 2Gb Xd card for my camera. However, as a true Dutchman, I had found that prices for the card ranged between € 17,90 to € 34,95. So I decided to visit a last large electronics store to see what their offer would be. And I was rewarded as Darty did have the cheapest 2Gb card there. However, to my surprise I was approached by a salesman as I took the memory card off the rack. He asked me if he could help and what camera I intended to use the card for. I explained the situation to him and said that I needed to have a card as we ran out of space on the others. He assured me it would not work on my camera. Being stubborn, I decided that I wanted to buy it anyway as I had not seen any cards smaller than the one I had in my hands. But my salesman insisted that I wouldn’t buy it and he called a colleague over who went through great lenghts to explain to this foreigner where I could find a small photo store that would stock 256Mb cards that would suit our camera much better.

I came out of that store a happy man. Not only was I prevented to buy a product that would not work for me, I was also pointed at another store that would have the product that I needed. The two salesmen were great, because as I decided I was going to give it a try anyway, they insisted that I should not buy from them, but go to a place which suited my needs much better. And it did. As a result, next time I am in Dieppe and I need electronics, I know I will head out to the Darty store.