Gisteren met opperste verbazing zitten lezen over de rechtzaak die Autobedrijf Zwartepoorte heeft aangespannen tegen Miljoenhuizen.nl. Uiteraard heb ik het uit de media moeten vernemen, maar het lijkt erop dat Autobedrijf Zwartepoorte Miljoenhuizen.nl enkel aanklaagt voor smaad op basis van de zoekresultaten van Google. Door “Zwartepoorte failliet” in te tikken en er op te zoeken vind men dat de indruk gewekt zou worden dat het autobedrijf inderdaad failliet is. Doordat de geruchten al een tijdje gonzen, zou de zaak behoorlijke schade ondervinden van mensen die nu geen zaken meer met Autobedrijf Zwartepoorte willen doen.

Het artikel in de PZC
Het is een geweldige rechtzaak die goed laat zien hoe weinig er eigenlijk nagedacht wordt over de manier waarop Google werkt. Maar ook een zaak die aantoont hoe klakkeloos er overgenomen wordt wat op internet gezegd wordt. Bij Miljoenhuizen.nl komt het zoekresultaat blijkbaar voort uit de combinatie van twee comments waarin in een iets wordt gezegd over een ander bedrijf dat failliet is en in een ander wordt iets gezegd over Autobedrijf Zwartepoorte. Een toeval dat een zoekresultaat oplevert waarmee de eigenaren niet blij zijn. En op zich wel begrijpelijk. Alleen is het wel zo dat een zoekresultaat op deze manier nooit voorkomen kan worden.
Ik ben heel benieuwd naar het resultaat en de uitspraak. Mocht Autobedrijf Zwartepoorte in het gelijk worden gesteld, dan stem ik er in ieder geval voor om in hoger beroep te gaan. Want op het moment dat hierover een negatieve principe uitspraak gedaan gaat worden, lopen we met z’n allen een duidelijk risico op beperking van vrijheid van meningsuiting. Want wie weet welke woorden je dan niet meer in combinatie op een site kunt gebruiken.
(Overigens ben ik benieuwd wanneer ik mijn eerste mail ga ontvangen, want in de zoekresultaten kom ik nu ook al redelijk hoog naar voren…)
Vandaag is het 4 mei. Dodenherdenking. Een dag als alle anderen. Ogenschijnlijk dan.
4 mei gaat over oorlog. Over strijd. Over mensen die hun leven hebben gelaten. Daar staan we twee minuten bij stil. En daarna gaan we verder met ons leven.
Of gaat 4 mei over meer? Gaat 4 mei over liefde, over passie en over verlangen naar een tijd die beter is. Gaat 4 mei niet over de mensen die een keuze maakte. Een keuze om op te staan. Om te weerstaan. Om een vuist te maken naar alles dat ze tegenhield. Tegen alles dat stond voor haat en verdrukking. Tegen alles dat ingaat tegen de menselijke natuur. Die natuur die onszelf laat verlangen naar vrijheid. Laat verlangen naar liefde, laat verlangen naar elkaar. Leven met elkaar. Om elkaar te ondersteunen. Elkaar te laten groeien. En elkaar te laten ontwikkelen tot alles dat we zouden kunnen zijn.
Laten we dat onthouden. Laten we daar voor staan. En laten we samen kijken hoe we technologie kunnen inzetten om te herdenken, te vieren en vooral, om te bouwen aan een toekomst voor iedereen.
Een van de belangrijkste vragen van de afgelopen Tweetup Zeeland, was de vraag voor wie je twittert. Niet dat de vraag in zoveel woorden werd gesteld, maar dat was wel de kernvraag. Die kernvraag werd natuurlijk mooi verpakt in allerlei andere vraagstukken. Zo wordt er veel gedacht over de gevolgen die een tweet kan hebben op je aantal volgers.
Moeten we ons daar als twitteraars eigenlijk allemaal wel mee bezig houden? Moeten we ons wel bezig houden met het feit dat volgers afhaken omdat wij iets zeggen waarin ze misschien minder geinteresseerd zijn? Of moeten we ons bezig houden met de pers die altijd en overal over de schouder van de social media gebruiker meegluurt naar het laatste nieuws. En dan blijft de vraag of je voor die pers zou willen schrijven.
Ik twitter voor mezelf. Dat is nogal een statement. Met meer dan 1.400 mensen die mijn berichtjes lezen, heb ik makkelijk praten. Dat is de gedachte tenminste. Maar is dat zo? En nog belangrijker, zou ik twitter anders benaderen als ik maar 20 volgers zou hebben? Natuurlijk heb ik een voordeel. Ik ben begonnen met twitter toen het klein en toegankelijk was. Iedereen experimenteerde en dat maakte eigenlijk niets uit. Maar deed ik het toen anders? Ik heb niet het idee. Ik heb altijd voor mezelf getweet. De dingen geschreven die ik wilde schrijven en de onderwerpen gepakt waar ik op dat moment zin in had. Waarom? Omdat twitter over mij gaat. Egocentrisch? Ja, waarschijnlijk wel. Want laten we wel wezen, ik beslis wat ik op welk moment aan de wereld toevertrouw. Dat is dus erg ik-gericht. Moet dat dan anders? Nee, ik denk het niet. Wat wel belangrijk is, is dat ik vanaf het begin af aan sociaal geschreven heb. Mensen boeien mij. Daarom ben ik altijd op zoek naar nieuwe interessante mensen om mee te praten. Nieuwe mensen om te leren kennen. Om een relatie mee aan te gaan. Dat is eigenlijk altijd mijn drijfveer geweest. En waarom schrijf ik dan altijd alleen voor mezelf? Omdat ik nieuwe mensen niet kan dwingen. En omdat ik wil dat ze weten wie ik ben. En dan niet alleen maar iets dat ik voor de optimale beeldvorming heb opgebouwd, maar gewoon mijzelf. Want ik wil relaties opbouwen als mezelf. Met jou. Als jezelf.
Bestaat er een gevoel om te bloggen? En wat is daarbij dan je uitgangspositie? Een lastige vraag. Voor mij heeft twitter de laatste tijd wel de overhand gekregen. En behoorlijk ook.
Wat is daar de reden voor? Het kan niet echt aan de literaire uitdaging liggen. Hoewel het een behoorlijke uitdaging kan zijn om een literaire gedachte in 140 tekens aan de wereld toe te vertrouwen. Maar die uitdaging blijkt vaak ook weer te groot. Dus blijven de 140 tekens vaak steken in het middenveld van het Nederlandse taalgebruik. Net niet grammaticaal onjuist, maar zeker niet inspirerend. Doeltreffend, dat dan weer wel. Want doeltreffendheid past in 140 tekens. En dat past dan weer bij de Nederlandse cultuur.
Ik vraag me af of het aan de reacties ligt. De mogelijkheid die twitter biedt om direct in contact te treden met anderen die direct een reactie kunnen geven op alle 140 tekens die jij net de virtuele ruimte in hebt geslingerd. Dat zou het kunnen zijn. Maar een actief blog heeft ook lezers. En lezers reageren. Als er tenminste iets te reageren valt en de schrijver niet vervalt in een gesloten conclusie die geen ruimte meer laat voor discussie. Want reageren betekent discussie. Een reactie op zich is niet genoeg. Er moet discussie komen. En misschien raakt dat het verschil nog wel het best. Er moet discussie komen. Discussie is interactie. Het spel van woorden tusen mensen waarbij standpunten, passies en argumenten zich samenballen tot een weerspiegeling van de schrijver. Pas dan wordt een blog succesvol.
Daarom hou ik van twitter. Niet vanwege de doordachte argumentatie, de meeslepende zinsconstructies of de snelle doelmatigheid van de communicatie. Nee, ik hou van twitter omdat ik van mensen hou. Van mensen met passie, mensen met bevlogenheid en mensen die het gesprek aan willen gaan met anderen. Anderen zoals ik. En dat bouwt relaties.
Het zat eigenlijk al even in de pen. Eerder had ik het er al eens over gehad met Corné Wielemaker dat er zo weinig op het gebied van twitter gebeurde in Zeeland. Later sprak ik Edwin Blok die opperde om toch eens een twitter meet te gaan doen in Zeeland. En daarna werd het weer stil. Maar zowel bij Edwin als bij mij bleef het idee toch wel in mijn achterhoofd zitten. En toen zat ik afgelopen woensdag om een andere reden bij Francesco van der Weyde en kwam het weer ter sprake. Tijd voor actie dus.
Na wat kort heen en weer dm-en op twitter hebben we de knoop doorgehakt om de eerste Tweetup Zeeland plaats te laten vinden op 17 april in Café de Post op de Grote Markt in Goes. Daarbij hebben we een nieuwe sociale netwerk site neergezet op tweetupzeeland.ning.com. Francesco van Mediakings heeft daarvoor de styling vrijdag nog geregeld.
En dan gaat het nu vooral nog om de promotie. Want we willen natuurlijk zo veel mogelijk twitteraars bij elkaar hebben in De Post op 17 april. Dus, ken je nog Zeeuwse twitteraars, zegt het voort. Twitter erover, blog erover en ga er mee aan de slag.
Ook sponsors zijn welkom. Het is natuurlijk altijd leuk om een eerste drankje te krijgen of wat borrelhapjes. Tips zijn welkom.
Tot 17 april!